Een nieuwe samenlevingsfilosofie.

In “A New Philosophy of Society” (Continuum, 2006) introduceert Manuel DeLanda zijn hoogst originele kijk op de complexiteit van het samenleven. Zijn nieuwe benadering van de sociale ontologie kan gelabeld worden als ‘realistisch’. Dit standpunt wordt gewoonlijk gedefinieerd als een geloof in het bestaan van de realiteit onafhankelijk van de geest. Een realistische benadering van de sociale ontologie moet dus de autonomie van sociale entiteiten vaststellen los van de concepten die we er over hebben. DeLanda gelooft dat hij daar in slaagt door terug te grijpen naar een typisch Deleuziaanse benadering, de theorie van de assemblages.

Een minimale definitie van “assemblage”: een geheel met eigenschappen die zowel niet-reduceerbaar als immanent zijn.
De eigenschappen van een assemblage zijn niet-reduceerbaar omdat terwijl ze emergeren uit de actuele interactie van zijn delen, ze niet kunnen toegeschreven worden aan om het even welk van zijn delen. En ze zijn immanent omdat als de componenten van de assemblage ophouden te interageren de eigenschappen ophouden te bestaan. Emergente eigenschappen kunnen niet afhankelijk zijn van een specifieke interactie, of een verbinding met materie, maar ze vragen wel dat er een connectie bestaat met materie. (DeLanda, Deleuze – History and Science, p.85).

De assemblagetheorie van Gilles Deleuze was bedoeld om toe te passen op een brede waaier van gehelen opgebouwd uit heterogene delen. Entiteiten variërend van atomen en molecules to biologische organismes, soorten en ecosystemen kunnen benaderd worden als assemblages en daardoor ook als entiteiten die het product zijn van historische processen. Deleuze had namelijk veel oog voor de processen die de historische identiteit van een assemblage creëren en stabiliseren. Dat vraagt er natuurlijk wel om dat men de term ‘historisch’ ook gebruikt in kosmologische en evolutionaire zin en niet enkel in de zin van menselijke geschiedenis. Maar belangrijk is dat de assemblagetheorie ook toegepast kan worden op sociale entiteiten. En het feit dat de theorie zich niets aantrekt van de natuur-cultuur scheiding pleit voor het realistische ervan.

1. Assemblages tegenover Totaliteiten.

De belangrijkste kenmerken van de assemblagetheorie samengevat:
– assemblages zijn opgebouwd uit delen die op zichzelf bestaan en gekarakteriseerd door uitwendige relaties. Zo kan een deel losgekoppeld worden en een component worden van een andere assemblage.
– Assemblages worden gekarakteriseerd volgens twee dimensies:
1ste dimensie: de variabele rollen die componenten kunnen spelen, van een puur materiële tot een puur expressieve, of een mix van de twee
2de dimensie: de processen waarin de componenten betrokken zijn: processen die de identiteit van de assemblage stabiliseren of destabiliseren (territorialisatie en deterritorialisatie).
In zijn variatie van de assemblagetheorie voegt DeLanda nog een derde dimensie toe: processen waarin gespecialiseerde expressieve media tussenkomen, processen die de identiteit van de assemblage consolideren en verstevigen of, integendeel, de assemblage meer flexibel laten opereren, profiterend van genetische of linguïstische hulpmiddelen (coderen en decoderen).
Al deze processen zijn periodiek, en hun variabele herhaling vat de de volledige bevolking van assemblages.

2. Assemblages tegenover Essenties

3. Personen en Netwerken

4. Organisaties en Regeringen

5. Steden en Naties