Alles verlicht.

Met “The Beginning of Infinity” (Allen Lane, 2011; Penguin Books, 2012) schonk de Britse fysicus David Deutsch de wereld opnieuw een fenomenaal boek, vol duizelingwekkende ideeën.

Deutsch is de man die aan de grondslag ligt van de theorie voor de quantumcomputer, een soort intellectuele bolleboos eerste klas. In zijn boek “The Fabric of Reality” (1997) presenteerde hij zijn “Alomvattende Theorie van het Universum” die eerder gebaseerd is op (zwakke) emergentie dan op reductie. In plaats van de werkelijkheid te reduceren tot deeltjesfysica integreert hij in zijn theorie de principes van het multiversum, de computerkunde, epistemologie en de evolutietheorie.

“The Beginning of Infinity” werkt verder op deze principes. Deutsch werkt hier niet alleen zijn visies dieper uit, maar maakt ze vooral vatbaarder voor niet-academische lezers. En verder uitwerken betekent voor Deutsch vooral zijn principes doordenken tot het uiterste. En dat uiterste mag je, zoals de titel van zijn boek verraadt, bij Deutsch letterlijk nemen, hij neemt de lezer mee tot in de oneindige aspecten van onze werkelijkheid. Dit boek lezen kan je hoofd doen tollen en de schrijver lijkt dat te beseffen. De attente Deutsch voorziet elk hoofdstuk van zijn boek daarom van een samenvatting van het betreffende hoofdstuk en een verklarende woordenlijst.

Deutsch besteedt bij de aanvang van “The Beginning of Infinity” uitgebreid aandacht aan zijn epistemologie of kennisleer. Hij steunt daarbij vooral op het fallibilisme van Karl Popper dat stelt dat mensen zich nu eenmaal kunnen vergissen bij het bedenken van hun overtuigingen, verwachtingen en begrip van de werkelijkheid. Volgens het empirisme leiden we onze kennis af van onze zintuiglijke ervaringen. Deutsch legt uit dat dit niet klopt. Schijn bedriegt, de werkelijkheid is niet zoals ze zich aan ons voordoet. Onze kennis is het resultaat van giswerk, we gissen naar de werking van de werkelijkheid en daarmee trachten we die te verklaren. De ware bron van onze kennis is de afwisseling tussen giswerk en kritiek. We creëren theorieën door die aan te passen, te combineren en toevoegingen te maken aan bestaande ideeën met de bedoeling om die te verbeteren. De rol van experiment en observatie is keuzes helpen maken tussen bestaande theorieën, niet het verzinnen van nieuwe. Fallibilisme is het verwerpen van autoriteiten en erkennen dat we ons steeds kunnen vergissen, en proberen onze fouten te verbeteren. Zo trachten we de werkelijkheid steeds beter te verklaren. We doen dat door goede verklaringen te zoeken, dit zijn verklaringen waar moeilijk wijzigingen zijn in aan te brengen, elke variatie door details te veranderen maakt een goede verklaring onbruikbaar. Dit, en niet het experimenteel testen, was de beslissende factor in de wetenschappelijke revolutie en de enorme vooruitgang die geboekt wordt in andere gebieden die bepalend waren voor de Verlichting. De rebellie van de Verlichting is niet het zoeken naar gezaghebbende rechtvaardiging voor theorieën, maar in plaats daarvan een traditie installeren van kritisch denken.

Het Verlichtingsdenken is de vonk die ons kan brengen naar oneindige kennis. Maar we moeten ons heel bewust zijn van onze feilbaarheid, van ons constant vergissen. Deutsch breidt vanuit die gedachte het traditionele fallibilisme verder uit. Hij legt er de nadruk op dat twee zaken essentieel zijn:
– Problemen zijn onvermijdelijk
– Problemen zijn oplosbaar

wordt vervolgd