Verschil en herhaling

Werknota’s bij Gilles Deleuzes “Verschil en Herhaling”.Origineel verscheen in Parijs, 1968. Nederlandse vertaling door Joost Beerten en Walter van der Star verscheen bij Uitgeverij Boom, Amsterdam 2011.

Deleuze ontwikkelt de noties verschil en herhaling binnen een project met zowel een negatieve als een positieve component. Het negatieve of “kritische” aspect bestaat uit de argumentatie dat filosofie lijdt aan een “transcendentale illusie”, die systematisch de concepten verschil en herhaling onderwerpt aan dat van de identiteit, meestal binnen wat Deleuze aanduidt met het “regime van de representatie”. Dit deel van Deleuze’s project bestaat eruit om deze illusie bloot te leggen.
Het positieve component van Deleuze’s project is het doel dat toegekend wordt aan de filosofie. Dat doel is nauwkeurigheid, de dingen grijpen in hun uiterste “ditheid”. Wanneer we willen dat de filosofie een positieve en directe relatie heeft met dingen, dan moeten het de dingen in zichzelf begrijpen, voor wat ze zijn, in zijn verschil van alles wat het niet is.

Invloed van Nietzsche: De eeuwige terugkeer van een verschil. Elke herhalingsbeweging is doortrokken van differentie.
Invloed van Bergson: évolution créatrice
Invloed van Spinoza: de immanente werkelijkheid

Over het beeld van het denken (Hoofdstuk III):

“Het probleem van het begin is in de filosofie terecht altijd als een hachelijke kwestie beschouwd. Want beginnen betekent alle vooronderstellingen uit de weg ruimen. Maar terwijl men in de wetenschap te maken heeft met objectieve vooronderstellingen die uit de weg kunnen worden geruimd door een strenge axiomatiek, zijn filosofische vooronderstellingen zowel subjectief als objectief. Concepten die expliciet door een gegeven concept worden verondersteld, noemt men objectieve veronderstellingen.” (Verschil en herhaling, p169).

Verschil is de primaire eigenschap van wat er ook bestaat. Verschil gaat vooraf aan identiteit. Identiteit is slechts een functie van hoe we de realiteit benoemen en representeren, door het definiëren van merktekens van identificatie en differentiatie. Verschil is niet afhankelijk van deze onderscheidende merktekens daar het een kenmerk is van de realiteit en niet van onze greep van de werkelijkheid. (Deleuze, Reidar Due, p. 27 – 28).

http://www.angelfire.com/md2/timewarp/deleuze.html


Deleuziaans Filosofisch Webbrein

Een handige rhizomatische databank voor concepten, boeken, artikelen, video’s,… van en over de filosofie van Gilles Deleuze.
Voorlopig werkt het embedden niet. Volg voorlopig deze link.


Leve het immanente denken!

‘Immanentie’ is het centrale principe van de filosofie van denkers als Spinoza en Deleuze.

Wat is immanentie?

Gewoonlijk wordt ‘immanentie’ beschouwd als een metafysisch concept tegenovergesteld aan ‘transcendentie’. De theologie en cosmologie van Spinoza’s filosofie van de ‘goddelijke natuur’ wordt gekarakteriseerd door immanentie. In het denksysteem van Spinoza is er geen God buiten de werkelijkheid, die de werkelijkheid overstijgt of ‘transcendeert’. De enige God die volgens Spinoza bestaat is een scheppingsprincipe dat eigen is aan de natuur, een scheppingsprincipe dat binnen de structuur van de werkelijkheid ligt, of immanent is aan de werkelijkheid. Deus sive Natura, “God oftwel de natuur” klinkt het bij Spinoza, of God is identiek aan de natuur. Immanent denken wordt dan een manier van denken die niet te verenigen valt met een openbaringsgodsdienst. De openbaringsgodsdiensten kennen een transcendente God, of een God die de werkelijkheid overstijgt, er buiten staat. Het zogenaamde pantheïsme van Spinoza kun je onder andere herkennen binnen het Boeddhisme. Ook een atheïst kan zich verzoenen met het immanente godsbeeld van Spinoza. Als God samenvalt met de natuur, dan is het bestaan van God enkel een kwestie van woordkeuze. En welke atheïst wenst het bestaan van de natuur te ontkennen? Spinoza lezen werkt voor mij heel bevrijdend, de Spinozistische filosofie is vreugdevol en ontdoet je van elk schuldgevoel. Ik kom hier bij een gelegenheid nog op terug in een volgende blog.

Naast deze klassieke notie van immanentie tegenovergesteld aan transcendentie, formaliseert Gilles Deleuze immanent denken zodat het verwijst naar elke manier van denken dat zich ontdoet van een extern of transcendent gezichtspunt. En dat heeft in verschillende contexten verschillende implicaties.

Voor de ontologie van de geest betekent immanentie dat de geest een deel is van de werkelijkheid en die geest onplooit zich als een activiteit binnen het krachtenveld van de werkelijkheid als een geheel. Er kan geen subject bestaan buiten het natuurlijke systeem van oorzaken. Dit is wel het geval bij, bijvoorbeeld, Kants ‘transcendente subject’. Deze ontologie bevrijdt het subject van de verbanning naar een wereld die we niet kennen, Deleuze plaatst het subject weer binnen onze werkelijkheid.

Wat betreft de epistemologie, of het onderzoek van wat goed denken is en hoe gedachten gerelateerd zijn aan zijn objecten, vloeit uit het concept van de immanentie voort dat gedachten zich ontwikkelen als een proces, gelijktijdig met de werkelijkheid die dat denken tracht te vatten. Denken is niet zoals een foto nemen van een wereld van objecten, maar wel het ontplooien van verschillende werkelijkheden binnen de werkelijkheid van het denken.

Dit klinkt nogal theoretisch? Nochtans heeft dit immanente denken heel wat gevolgen voor ons dagelijks handelen. Neem bijvoorbeeld de vraag “hoe moeten we leven?” Het concept immanentie leidt naar een tegenstelling tussen ethiek en moraliteit: de ethiek van Deleuze, geërfd van Spinoza, vooral, en Nietzsche, gaat over de affirmatie en bevrijding van actieve, vreugdevolle aandoeningen. Deze ethiek gaat over het verwerven van een kijk op het leven vanuit een lotsbestemming die samengaat met het leven erkennen als een immanente en onvermijdelijke variatie van krachten. Moraliteit daarentegen bestaat uit een systeem van oordelen gericht op een evaluatie van handelingen. Volgens Deleuziaanse ethiek, representeert zulk een systeem van moreel oordelen een handeling geïsoleerd van het krachtensysteem waar het deel van uitmaakt.

De ethiek van Deleuze kunnen we vatten als amor fati: een liefhebben van wat onvermijdelijk is. We vinden deze levenshouding terug bij de Stoa, bij Spinoza en bij Nietzsche.

Ik vond voor deze blog inspiratie in het boekje “Deleuze” (2007) van Reidar Due uit de reeks Key Contemporary Thinkers, uitgegeven bij Polity Press, een uitstekende inleiding tot het denken van Gilles Deleuze. Ik vermeld er wel graag bij dat er niks boven de woorden van Deleuze zelf lezen gaat om zijn filosofie echt te begrijpen en er tenvolle van te genieten.