Ethische principes voor wie streeft naar sociale verbetering.

Verandering, verbetering van onze situatie, willen we allemaal. ‘Change we can believe in’. Echter, alle gekende recepten voor het maken van onze samenleving blijken uitgewerkt. De ontgoochelingen stapelen zich op. Ook Obama, voor velen de laatste strohalm van hoop, blijkt niet opgewassen tegen de krachten van ontwaarding van het leven, met het treurige schouwspel van de « schuldendeal » als laatste dieptepunt.
De ontreddering is groot. We lijken in een tijd te leven van cynisme, angst, wanhoop en depressie. Mensen die zich constructief wensen op te stellen verenigen zich, vaak via sociale netwerken. Ze gaan op zoek naar nieuwe ideeën en programma’s voor concrete acties. De chaos en onenigheid is echter groot. Veel kloven lijken onoverbrugbaar. De enen zoeken naar radicale oplossingen, de andere naar nieuwe vormen van activisme en eigen inbreng, we slaan elkaar om de oren met ideologische rhetoriek. Daarom dreigt de kracht van het momentum te verzinken in de chaos van de onderlinge onenigheid.

Hier wil ik twee ethische principes naar voor schuiven waarvan ik geloof dat ze ons allen kunnen verenigen. Ze kunnen als een basis dienen voor ons sociaal verzet, ongeacht onze individuele ambities, intellectuele achtergrond, ideologische basis of methodes.

De twee ethische principes klinken als volgt :
1ste ethisch principe : Praktijken van het vertegenwoordigen van anderen – ofwel in wie ze zijn of wat ze willen – zouden, zoveel mogelijk, vermeden moeten worden.
2de ethisch principe : Alle alternatieve praktijken zouden ruimte moeten krijgen en zelfs gepromoot worden.

Ik zal deze twee stellingen hier kort toelichten.

1ste ethisch principe : Praktijken van het vertegenwoordigen van anderen – ofwel in wie ze zijn of wat ze willen – zouden, zoveel mogelijk, vermeden moeten worden, of het principe van de non-representatie.

Spreken in naam van anderen is fundamenteel onwaardig, tenzij er grondige redenen toe zijn. Mensen zouden moeten spreken voor zichzelf, of daarin zoveel als mogelijk toe aangemoedigd worden. Indien hen de middelen daartoe ontbreken dienen die zoveel als mogelijk aangereikt te worden. Onderwijs speelt hier een fundamentele rol in. Iedereen kan spreken voor zichzelf en niemand hoeft ongevraagd te spreken in naam van een ander.
Deze kritische houding tegenover representatie heeft natuurlijk zijn repercussies voor de representatieve democratie zoals we die nu kennen. Hoewel de representatieve democratie bij haar ontstaan een goed idee was, kunnen we moeilijk vasthouden aan het geloof dat ze in onze hoogtechnologische 21ste eeuw het summum van ons kunnen benadert.
Dit betekent niet dat er een wet dient te komen tegen praktijken van het vertegenwoordigen van anderen. Het gaat hier om een gedragsprincipe, een voorschrift voor actie, geen aanbeveling tot strafmaatregelen. Zich consequent scharen achter deze richtlijn, op gelijk welk niveau, geeft ons, naar ik geloof, wel een garantie voor echte diepgaande sociale verandering in de richting van democratischer-worden.

2de ethisch principe : Alle alternatieve praktijken zouden, allen gelijkwaardig, ruimte moeten krijgen en zelfs gepromoot worden. We kunnen dit ook het principe van de differentie noemen.

Mensen zijn creatieve wezens. We merken overal nieuwe sociale experimenten, soms bewust en doelgericht, soms voor het plezier, vaak uit pure noodzaak. In dit opzicht kunnen grootsteden benaderd worden als interessante samenlevingslaboratoria. Alle praktijken die, zelfgekozen of niet, afstappen van het traditionele representatiemodel, verdienen onze aandacht en aanmoediging. Of het nu gaat om nieuwe vormen van collectivisme of singuliere levens, elke praktijk heeft het recht om voor zichzelf te spreken. Belicht het anders-zijn, de alternatieve levensweg, geef een stem aan wie echt uitgesloten wordt uit de samenleving. Belicht het creatieve en het expressieve.

Wie zich engageert in micropolitieke strijd zal op natuurlijke wijze samenspannen met wie uitgebuit wordt. Ik geloof dat voor wie op straat wil manifesteren, een sociaal geëngageerd boek wil schrijven of een blog onderhouden, een grassroots-beweging wil vervoegen of opstarten, burgerlijke ongehoorzaam wil zijn, of kiezen voor radicale actie, deze twee ethische principes kunnen dienen als gemeenschappelijke leidraad.
Indien mijn stelling klopt, dan zijn deze twee ethische principes waar we ons allen kunnen achter scharen een belangrijke stap naar vereniging van krachten.

Ik zou graag van u, lezers, reacties sprokkelen. Op basis van tegenargumenten kan ik deze twee ethische principes verder onderzoeken, dit wil zeggen, hun nut, geldigheid en weerbaarheid testen.


Leve het immanente denken!

‘Immanentie’ is het centrale principe van de filosofie van denkers als Spinoza en Deleuze.

Wat is immanentie?

Gewoonlijk wordt ‘immanentie’ beschouwd als een metafysisch concept tegenovergesteld aan ‘transcendentie’. De theologie en cosmologie van Spinoza’s filosofie van de ‘goddelijke natuur’ wordt gekarakteriseerd door immanentie. In het denksysteem van Spinoza is er geen God buiten de werkelijkheid, die de werkelijkheid overstijgt of ‘transcendeert’. De enige God die volgens Spinoza bestaat is een scheppingsprincipe dat eigen is aan de natuur, een scheppingsprincipe dat binnen de structuur van de werkelijkheid ligt, of immanent is aan de werkelijkheid. Deus sive Natura, “God oftwel de natuur” klinkt het bij Spinoza, of God is identiek aan de natuur. Immanent denken wordt dan een manier van denken die niet te verenigen valt met een openbaringsgodsdienst. De openbaringsgodsdiensten kennen een transcendente God, of een God die de werkelijkheid overstijgt, er buiten staat. Het zogenaamde pantheïsme van Spinoza kun je onder andere herkennen binnen het Boeddhisme. Ook een atheïst kan zich verzoenen met het immanente godsbeeld van Spinoza. Als God samenvalt met de natuur, dan is het bestaan van God enkel een kwestie van woordkeuze. En welke atheïst wenst het bestaan van de natuur te ontkennen? Spinoza lezen werkt voor mij heel bevrijdend, de Spinozistische filosofie is vreugdevol en ontdoet je van elk schuldgevoel. Ik kom hier bij een gelegenheid nog op terug in een volgende blog.

Naast deze klassieke notie van immanentie tegenovergesteld aan transcendentie, formaliseert Gilles Deleuze immanent denken zodat het verwijst naar elke manier van denken dat zich ontdoet van een extern of transcendent gezichtspunt. En dat heeft in verschillende contexten verschillende implicaties.

Voor de ontologie van de geest betekent immanentie dat de geest een deel is van de werkelijkheid en die geest onplooit zich als een activiteit binnen het krachtenveld van de werkelijkheid als een geheel. Er kan geen subject bestaan buiten het natuurlijke systeem van oorzaken. Dit is wel het geval bij, bijvoorbeeld, Kants ‘transcendente subject’. Deze ontologie bevrijdt het subject van de verbanning naar een wereld die we niet kennen, Deleuze plaatst het subject weer binnen onze werkelijkheid.

Wat betreft de epistemologie, of het onderzoek van wat goed denken is en hoe gedachten gerelateerd zijn aan zijn objecten, vloeit uit het concept van de immanentie voort dat gedachten zich ontwikkelen als een proces, gelijktijdig met de werkelijkheid die dat denken tracht te vatten. Denken is niet zoals een foto nemen van een wereld van objecten, maar wel het ontplooien van verschillende werkelijkheden binnen de werkelijkheid van het denken.

Dit klinkt nogal theoretisch? Nochtans heeft dit immanente denken heel wat gevolgen voor ons dagelijks handelen. Neem bijvoorbeeld de vraag “hoe moeten we leven?” Het concept immanentie leidt naar een tegenstelling tussen ethiek en moraliteit: de ethiek van Deleuze, geërfd van Spinoza, vooral, en Nietzsche, gaat over de affirmatie en bevrijding van actieve, vreugdevolle aandoeningen. Deze ethiek gaat over het verwerven van een kijk op het leven vanuit een lotsbestemming die samengaat met het leven erkennen als een immanente en onvermijdelijke variatie van krachten. Moraliteit daarentegen bestaat uit een systeem van oordelen gericht op een evaluatie van handelingen. Volgens Deleuziaanse ethiek, representeert zulk een systeem van moreel oordelen een handeling geïsoleerd van het krachtensysteem waar het deel van uitmaakt.

De ethiek van Deleuze kunnen we vatten als amor fati: een liefhebben van wat onvermijdelijk is. We vinden deze levenshouding terug bij de Stoa, bij Spinoza en bij Nietzsche.

Ik vond voor deze blog inspiratie in het boekje “Deleuze” (2007) van Reidar Due uit de reeks Key Contemporary Thinkers, uitgegeven bij Polity Press, een uitstekende inleiding tot het denken van Gilles Deleuze. Ik vermeld er wel graag bij dat er niks boven de woorden van Deleuze zelf lezen gaat om zijn filosofie echt te begrijpen en er tenvolle van te genieten.